4 / De straat op
“Sausage” sprak de keukenhulp achter de ontbijtbalie. De tweede keer dat hij het zei klonk het nog ongeïnteresseerder. Ik had bij het kiezen van de ontbijtonderdelen gewezen op de bak met daarin hamburgers. Tenminste, dat was dat ik dacht dat het was. Het leek er op of de neger met zijn petje scheef op zijn hoofd en het witte (en bevlekte) keukenschort niet eens de moeite wilde nemen om zijn mond open te doen als hij mij verbeterde. “ja ’t is al goed. Ik zal het voortaan worstjes noemen.” Sprak ik en knikte hem vriendelijk toe. Hij had immers het bord met veel te vette hamburgers, herstel: worstjes, nog steeds in zijn hand. Op mijn verzoek maakte hij mijn ontbijt af met bacon en een toetje. Dat werd smullen.
Ik had vandaag eigenlijk niets op de planning staan. Ik wilde vandaag proberen om een ingang te vinden bij de Bostonse brandweer. Het oudste brandweerkorps van de Verenigde Staten. Ik dacht nog eens goed na over het gesprek met de brandweerman gisteren hier om de hoek. De kazerne zat hier twee straten verderop had hij gezegd. Ik besloot na een opfrissende douche om met een cameratas en iPad gevuld met foto en filmmateriaal van de Woudenbergse brandweer te vertrekken naar de kazerne waarin Ladder 37 en Engine 7 stonden opgeslagen. Natuurlijk kwam ik op het verkeerde moment. De kazerne was leeg en verlaten. Zouden ze geen dienst hebben vandaag? Nee: zelfs dan neem je de brandweerauto niet mee naar huis. Ik bedacht me dat ze vast onderweg waren naar een uitruk die vaak alleen maar ongepland zijn en vooral niet uitkomen. Gelukkig trof ik op de parkeerplaats naast de garage een oudere man met het opschrift ‘Boston Fire’ op zijn rug. Ik sprak hem aan en vertelde hem dat ik op zoek was naar ‘de Chief’. Hij gebaarde me om mee te lopen. Hij schoof een raam open op het kantoor aan de voorzijde van het pand en drukte op de knop waarna met luid geratel de grote roldeur van de brandweerkazerne opende.
Ook hij kwam tot de conclusie dat ze er niet waren. Het lag dus niet aan mij bevestigde ik mijzelf. De chief zou ook terug zijn zodra de auto’s terug zijn en dat kan wel even duren sprak de man. Ik besloot later terug te komen en bedankte de brandweerman die blijkbaar nu geen dienst had. De tijd die nu overbleef wilde ik gebruiken om eens goed om me heen te kijken. Ik begon de buurt nu aardig te kennen en besloot weer eens een nieuw stukje stad van mijn voetsporen te voorzien en sloeg rechtsaf over het spoorviaduct bij Back Bay Station. Ik liep na een paar minuten in een luxer gedeelte van de stad. De auto’s waren nog groter geworden en overal kwam ik mannen tegen in grijze pakken. Ik stond plots voor een groot monumentaal gebouw met in grote sierletters ‘New England School of Law’ in de voorgevel gegraveerd. Ik stond voor de plaatselijke school voor rechten. Dat verklaarde ook de bepaalde luxe die mij hier opviel. Voor ik goed en wel de straat door was zag ik ver achter mij de brandweerauto’s van District 4 de kazerne weer inrijden. Ik besloot nog even wat foto’s te schieten en terug te wandelen naar de brandweerkazerne.
De deur van de brandweerkazerne werd geopend door Benny. De brandweerman die ik gister ook had gesproken. Hij zou overleggen met de dienstdoende commandant. Even later kwam hij neuriend weer het kantoortje binnenlopen waarin ik inmiddels in gesprek was geraakt met een brandweerman die momenteel op vakantie was en daarom in de brandweerkazerne Patience zat te spelen op een computer. Benny vertelde mij dat ik contact moest hebben met het hoofdkantoor van de brandweer en krabbelde iets op een papiertje. “Hier, bel dit nummer en vertel je verhaal. Vaak kunnen ze deze week nog wel iets regelen voor je.” zei hij terwijl hij mij een kladbriefje met een telefoonnummer overhandigde. Even later liep ik weer buiten terwijl ik direct het zojuist gekregen nummer probeerde te bellen. Er werd niet opgenomen.
Ik had nog een optie om bij de brandweer binnen te komen. Toch was binnenkomen inmiddels gelukt. Dat was niet bijzonder moeilijk: een bel indrukken en wachten tot iemand je binnen laat. Ik had een paar dagen geleden bij een brandweerkazerne in de binnenstad ook geinformeerd hoe ik zoiets zou kunnen regelen. Zij hadden me een adres gegeven van het hoofdkwartier op een paar kilometer afstand van mijn hotel. Ik kon natuurlijk ook gewoon even langs gaan op het hoofdkantoor. Dat praat makkelijker leek mij zo. Ik zag alleen een beetje tegen de wandeling op en besloot iets anders te doen. Ik was inmiddels al vier dagen, hele dagen aan het lopen geweest en dat begon ik toch steeds wel te voelen aan het eind van de dag. Ik besloot een fiets te huren. Volgens het greenwheels-principe (huur een auto op een afhaalstation en breng hem weer terug op een andere plek als je hem niet meer nodig hebt) worden hier in Boston fietsen verhuurd. Op een aantal plekken in de stad staan electrische fietsenrekken met daarin mooie en nieuwe stadsfietsen. Na een trucje met een creditcard en een betaalmachine kon ik de fiets uit de stalling halen en ging ik op weg naar het hoofdkwartier.
Eenmaal aangekomen op de Southhampton Street nummer 115 bleek de man van Public Information niet aanwezig te zijn. De medewerkers die inmiddels bij de balie waren komen aanlopen begonnen onderling hevig te brainstormen hoe ik hem zou kunnen bereiken. Er werd een nummer op een papiertje gekrabbeld van Steve McDonald. De man die bepaalde dingen voor elkaar zou kunnen krijgen. Ik vergeleek het nummer dat ik zojuist kreeg met het nummer dat ik vanmorgen door Benny in mijn handen gedrukt kreeg: exact dezelfde. Hij was vandaag dus niet aanwezig concludeerde ik. Daarnaast kreeg ik van de man die mij te woord stond een visitekaartje mee. Richard bleek voorzitter van de vakbond van de Bostonse brandweer. “Mocht je er niet uitkomen of problemen hebben, bel me.” De vrouw die al die tijd heel geinteresseerd had geluisterd naar mijn plannen bleek Christine te heten en medewerkster te zijn op de meldkamer. Zij besluit welke brandweerauto’s waarheen gaan en neemt de telefoontjes aan die via 911 binnenkomen. Als ik toestemming had van Steve, dan moest ik zeker even bij haar langskomen, verzekerde ze me.
Ik bedankte het duo en verliet het hoofdkantoor. Mijn fiets moest binnen het uur terug zijn bij een fietsenstalling. Ik begon op een lekker tempo terug te fietsen richting de winkelstraat. Het was nog vroeg in de middag toen ik de fiets terug duwde in de fietsenstalling. Ik vroeg mij af of straatfotografie mij af zou gaan. In enkele uren klikte ik een half kaartje vol met foto’s die ik even later in het hotel met veel plezier heb zitten bewerken. Dat smaakte naar meer. In zover meer dat ik net nog even de buurt in gewandeld ben om wat avondshots te maken. Morgen verhuis ik naar een ander onderkomen in Boston dus dit kan wel eens de laatste keer zijn dat ik hier in deze buurt ben.
Amerika 2011 - 09-08-2011 om 04:59 - Geen reacties

