background image

Dit is al geweest

Mijn reizen

Meer van dit

3 / Staken

Bij het wakker worden hoorde ik de regen al op het naar buiten openstaande slaapkamerraam tikken. Nog voordat ik mijn ogen had geopend om de wekker op mijn telefoon te stoppen, had ik al door dat het vandaag niet zo’n mooie dag als gisteren zou worden. Ik had de oranje fles met zonnebrand thuis gelaten in Nederland, als ik het nodig zou hebben, zou ik het hier wel vandaan halen. Vandaag ging het dus geen zonnebrand-koopochtend worden maar een wat-ga-ik-nu-dan-doen-dag. Het was inmiddels 8:00 uur wat betekende dat het ontbijt al klaar stond beneden in de eetzaal. Ook vandaag at ik gezellig mee met het ontbijt dat voor Nederlanders kan doorgaan voor een simpele avondmaaltijd. Dit keer zelfs met een toetje erbij.

Ik had gisteren een afspraak gemaakt voor vanmiddag met iemand van de creatieve afdeling van de Apple store om een probleem op te lossen in Final Cut Pro X. Het programma waarmee ik de komende weken nog wat film wil bewerken tot een leuk filmpje wilde zo hier en daar nog wel eens een paarse flits door mijn zorgvuldig bewerkte film heen gooien. Special effects en sepia toning zijn zo best mooi, maar niet elke kwart seconde in elk stukje video. Na het ontbijt was het enkel hopen dat het snel droog zou worden, hoewel ik die hoop eigenlijk al opgegeven had bij het aanschouwen van de lucht.

Plots klonk er een sirene door de buurt. De sirene van één of meerdere aanrijdende brandweerauto’s op weg naar een uitruk weergalmde tussen de hoogbouw die je in zulke steden vaker treft. Ik liep naar mijn openstaande en natgeregende raam om te zien of ik iets kon meepikken van het brandweergeloei in de straat. Net op tijd zag ik ‘Tower ladder 33’ onder mijn raam langs zoeven en luid toeterend de bocht omzwieren. Daarna werd het stil en hoorde ik remmen van een stevige vrachtauto. De melding moest dus hier ergens in de buurt zijn, of eigenlijk om de hoek. Ik pakte mijn fototoestel en liep de gang op om daar zoals gewoonlijk (nu snap ik dat je die dingen bij brand niet mag gebruiken) ruim een minuut op de lift te wachten.

Niet veel later stond ik dan beneden op straat. Ik moest even nadenken op welke straat ik precies uitkeek en welke bocht de grote glimmende firetruck had genomen. Na drie stappen zag ik flikkerende lichten reflecteren in de plassen op straat en ik liep de straat in. Net zoals dat in Nederland gebruikelijk is stonden er voor de deur van het hotel een tweetal grote brandweerauto’s met enkele brandweermannen in rustpositie ernaast. Ik verwachtte de rest van het brandweerpersoneel in het pand dat opvallend brandloos leek aan de buitenkant. Na een paar knikjes raakte ik in gesprek met één van de brandweermannen die de wacht hielden bij de truck. Hij vertelde me dat er een rookalarm was afgegaan en dat ze nu moesten kijken of er echt brand is. “Als we dat niet zouden doen en er zou brand zijn, dan worden we aangeklaagd” vulde hij zichzelf aan. Nu het eerste contact gelegd was legde ik uit dat ik in Nederland regelmatig journalistiek werk deed voor de lokale kranten en graag een reportage zou maken van de Bostonse brandweer. “Je moet even met Chief Malone praten, maar die werkt morgen pas.” antwoordde de vriendelijke levensredder. Op dat moment kwam er een groepje brandweermannen het hotel uitlopen. “False alarm” riep de firefighter die met een bijl in zijn hand terug de voorste brandweerwagen instapte. De chauffeur had mij net uitgelegd dat deze auto genoeg water bij zich had om tien minuten te kunnen blussen, daarna moesten ze overschakelen op de brandkranen. Ook mijn nieuwe brandweervriend stapte in en vertrok terug naar de kazerne die blijkbaar twee straten verderop zat. Gisteravond had ik bij het hardlopen al een garage gepasseerd maar mij was niet opgevallen dat het één van de vele brandweerkazernes was die boston rijk is. Morgen maar eens met Chief Malone praten dus.

Toen ik om half twaalf het hostel weer uitliep met mijn tas vol met een laptop en een camera bleek het nog altijd te regenen. Hoewel er een stevig windje blies was het nog steeds niet koud. In een korte broek en een T-shirt kon je gelukkig droog blijven als je een beetje bij de gebouwen bleef lopen. Op kruispunten werd je gewoon nat. Natgeregend liep ik de Apple store binnen. Het pand dat bekend staat om zijn grote glazen voorgevel zou in dit geval herkend kunnen worden aan de gigantische beslagen voorgevel. Binnen blies de airco: brrrrr dat was koud. Na een uurtje was mijn probleem opgelost en liep ik de winkel weer uit. Het was tijd om iets met die camera in mijn tas te gaan doen. Op deze regenachtige dag liep er genoeg volk over straat dat ook wel iets bijzonders had. Een jongedame in knalroze rubberen laarzen trotseerde het zebrapad over de vierbaans eenrichtingsweg in het centrum. De laatste meter van het zebrapad was overgegaan in een rivier richting de put enkele meters verderop. Haar voeten verdwenen volledig onder water: de laarzen waren dus nog nuttig ook.

Van dit schouwspel genoten te hebben bleek er nog veel meer om mij heen te gebeuren. Kapotgewaaide paraplu’s, nog meer laarzen, een groep chinezen (vast toeristen) en een aantal mensen die rondjes leken te lopen voor een winkel. De heren en dames hadden allen een groot bord om hun nek. “IN STRIKE” stond er op grote letters opgeschreven dat volgens mijn vertaling betekende dat ze in staking waren.  Ik besloot één van de stakers aan te spreken die mij direct doorverwees naar hun voorman. Het groepje van een man of vijftien bleken ex-medewerkers van Verizon te wezen. De op een na grootste telefoonprovider van Amerika had vannacht om 0:01 uur hun contracten laten aflopen. De voorman vertelde me dat ik eigenlijk naar Franklin Street zou moeten gaan: daar is het hoofdkantoor van Verizon.

Een half uurtje later stopte de metro om de hoek van de telefoonmaatschappij waar inderdaad een behoorlijk aantal mensen rondjes liepen rondom de grote toren van Verizon. Ik ontmoette Jeff. Een 44 jarige blinde Bostonian, zoals de inwoners hier genoemd worden. Jeff vroeg zich af waar de volgende maaltijd vandaan zou komen. Hij had 25 jaar voor Verizon gewerkt en was sinds vanmorgen werkeloos. Vanmorgen om 0:01 uur liepen de arbeidscontracten van 45.000 werknemers af. In één minuut raakte een compleet voetbalstadion zijn baan kwijt. Niet alleen zijn baan was Jeff kwijt: ook zijn pensioen hadden ze hem vannacht afgenomen. “Ik ben niet boos op Verizon. Dat is te zacht uitgedrukt.” benadrukte hij zich voordat hij samen met enkele honderden ex-werknemers begon te schreeuwen tegen medewerkers op het hoofdkantoor die het pand verlaten. “Wie denken jullie wel dat jullie zijn?! Smeerlappen!!!” Jeff mag dan misschien niets zien, hij heeft zeker geen probleem om zich hoorbaar te maken. Zijn collega’s vielen hem bij tot de medewerkers onder politie-escorte tot de hoek gebracht waren.

Jeff vertelde me dat hij zelf ook wel wist dat Verizon ze niet opnieuw zou aannemen maar dat hij nu toch niets te doen heeft. “Er moet volgende maand ook weer gegeten worden.” ging hij verder terwijl hij met duizend collega’s in de stromende regen rondjes bleef lopen om het pand. Ik vertelde Jeff wat mijn werk en doel was de komende twee maanden en of ik zijn verhaal mocht gebruiken als reisverhaal. “Ja natuurlijk mag je dat. Ik wil dat iedereen weet wat voor een rotzakken het zijn hier”. Hij voegde toe dat de komende tien dagen nog veel meer acties op de planning staan. “Dit is pas het begin. We gaan minimaal nog tien dagen door. We maken files, zetten de hele stad op stelten tot we onze zin krijgen: Respect en het geld waar we jaren voor gewerkt hebben.” In een paar uur tijd kreeg de financiële crisis van Amerika een gezicht. Jeff bedankt.

Amerika 2011 - 08-08-2011 om 01:24 - Geen reacties

En nu ben jij: